Ga naar de inhoud

Allegro Pastel

Leif Randt (°1983, Frankfurt am Main) is een gevestigde naam in de Duitse literaire wereld. Eerder schreef hij al Leuchtspielhaus (2009), Schimmernder Dunst über CobyCounty (2010) en Planet Magnon (2015), waarvoor hij verschillende prijzen won. Allegro Pastel is Randts vierde roman en verscheen in maart 2020 bij Kiepenheuer & Witsch. Het boek werd positief onthaald in de Duitse pers, werd genomineerd voor de Leipziger Buchpreis en stond op de longlist van de Deutscher Buchpreis.

Op het eerste gezicht lijkt Allegro Pastel een klassieke, conventionele liefdesroman over Tanja en Jerome. Tanja Arnheim, die met haar debuutroman PanoptikumNieuw een cultboek scoorde, wordt binnenkort dertig. Met zicht op Volkspark Hasenheide in Berlijn wacht ze op een knalidee voor haar nieuwe boek. Haar vijf jaar oudere vriend, de succesvolle webdesigner Jerome Daimler, woont in Maintal in de bungalow van zijn ouders en probeert zijn leven steeds meer als spirituele zelfreflectie te zien. Tanja en Jerome hebben een langeafstandsrelatie en die verloopt vlekkeloos. Ze blijven via tekst en beeld nauw met elkaar verbonden en zoeken elkaar op voor lange weekends in hun respectievelijke realiteiten. Hardlopen door het natuurgebied en mediteren in Maintal in het zuiden van Hessen, een voortkabbelende communicatie en sekspositief uitgaansleven in Berlijn: Jerome en Tanja zijn er voor elkaar, maar verliezen zich niet helemaal in de ander.

Ouders, vrienden en depressieve familieleden laten hun een verdriet zien waar Tanja en Jerome grotendeels immuun voor blijven. Maar het verlangen om hun genegenheid te behouden, zonder dat die naïef of pijnlijk existentieel wordt, vormt een grote uitdaging voor het stel. Wanneer Tanja een oogje krijgt op Janis, de vriend van haar vriendin Amelie, en afstand neemt van Jerome, begint ook hij te daten met Marlene Seidl, een meisje dat hij nog kent van de basisschool. Langzaam groeien Tanja en Jerome uit elkaar, terwijl hun leven een nieuwe richting inslaat.

‘Allegro Pastel is Germany’s next lovestory, het verhaal van een bijna normale liefde en haar transformaties’, zo luidt de achterflap van het boek. Maar Randt beschrijft in deze roman veel meer dan de liefdesperikelen van Tanja en Jerome. Met zijn nuchtere, zakelijke schrijfstijl en scherpe observaties biedt hij een unieke kijk op de leefwereld en de vervreemding van kosmopolitische millennials. Hij schildert hun dagelijks leven tot in de kleinste details: hun seksleven, hun bars, sportclubs en discotheken, hun communicatie via sociale media, hun drug- en alcoholgebruik, hun hippe en tegelijk hyperreflectieve, bijna posttherapeutische taalgebruik, en ga zo maar door. De personages zijn vrijwel allemaal hoogsensitief; als ze zich zorgen maken, dan niet omdat ze met grote problemen worden geconfronteerd, maar omdat ze er bewust voor kiezen zich zorgen te maken. Hun dagelijkse beslommeringen lijken banaal, haast luxeproblemen, en toch gaan ze gebukt onder de druk van de samenleving: ze moeten altijd en overal op hun smartphone bereikbaar zijn, hebben allemaal weleens een depressie of burn-out doorgemaakt en lijken allemaal weleens een therapeut te hebben opgezocht.

Randts diagnose van de tijdsgeest dringt trouwens ook door tot de stijl van het boek. Zo bevat het naast klassieke romanscènes ook talloze iMessages, e-mails, appjes en berichtjes – van Telegram over Instagram tot Snapchat. Door deze literaire vorm legt Randt alle gebeurtenissen onder een vergrootglas en creëert hij een gevoel van extreme tegenwoordigheid. Hij is in feite niet meer dan een toeschouwer van een uiterst actueel fenomeen. En dat geldt natuurlijk ook voor de vertaler van dit boek, zoals uit Joëlles vertaalverhaal blijkt.

Uitgegeven bij Leesmagazijn

‘Het vertaalproces van Allegro Pastel verliep niet van een leien dakje. En dat had zowel met het boek als met mijn persoonlijke situatie te maken.

Literair vertalen doe je in de eerste plaats uit liefde voor het vak, uit liefde voor de taal en de literatuur. Maar de vergoeding die je ervoor krijgt is bedroevend laag, al helemaal als je bedenkt hoeveel uren, dagen, weken en maanden je erop zwoegt. Zonder de subsidieregeling van Literatuur Vlaanderen zou ik onmogelijk van mijn werk als literair vertaler kunnen leven. En zelfs mét die regeling moeten de meeste literair vertalers hun vertaalwerk combineren met andere activiteiten.

En dat is voor mij niet anders. In de tijd dat ik Allegro Pastel vertaalde, zat ik in de eindfase van mijn doctoraatsonderzoek: de deadline voor de inlevering en de openbare verdediging naderde. Tegelijkertijd stond ik op het punt om te trouwen met de man van mijn leven en waren we bezig met de bouw van onze droomwoning. Dat waren veel ballen om in de lucht te houden, waardoor Allegro Pastel enige vertraging opliep. Maar uiteindelijk lukte het me om de roman af te werken.

De vertraging was echter niet alleen het gevolg van mijn persoonlijke situatie; ook het boek zelf vormde een heuse uitdaging. Het was veel moderner dan alle vorige boeken die ik had vertaald.

De roman wisselt voortdurend van toon, stijl en register, waardoor ik als vertaler uiterst flexibel moest zijn. In de traditionele romanscènes is het register eerder formeel. Wanneer Jerome het woord neemt, is de toon introspectief, analytisch en soms zelfs spiritueel. Wanneer Tanja’s perspectief wordt beschreven, is het vocabulaire eerder psychologisch van aard. In de dialogen, die het verhaal de nodige vaart geven, en in de talrijke appjes en e-mails met emoji’s is het register dan weer informeel en spreektalig.

Bij elke verandering van register moest ik als vertaler schakelen. In de dialogen en de appjes moest ik zoeken naar spreektalige Nederlandse formuleringen, terwijl ik in de traditionele romanscènes juist abstracte filosofische of psychologische woorden moest gebruiken. En dat alles binnen één en dezelfde roman.

Maar hoewel het boek qua toon en register een grote variatie kent, is Randts taal in de eerste plaats hip, jeugdig en modern. Zo modern dat ik soms het gevoel kreeg dat ik gewoon te oud was om dit boek te vertalen – ook al was ik op dat moment pas vierendertig. De personages beleven de wereld om hen heen voor een groot deel via hun telefoon en sociale media. Hun taal is doorspekt met talloze Engelse woorden, een weerspiegeling van de vele Amerikaanse invloeden waaraan deze generatie wordt blootgesteld.

En daar zat een bijzondere paradox in: Leif Randt en ikzelf behoren ongeveer tot dezelfde generatie, maar toch voelde zijn taalwereld soms zo ver van de mijne verwijderd dat ik me genoodzaakt zag om jongeren te raadplegen. Ik moest me onderdompelen in hun leefwereld: hoe ze met elkaar communiceren, welke taal ze in appjes gebruiken, welke stopwoordjes gangbaar zijn, enzovoort. Ik deed dus eigenlijk onderzoek bij een generatie die jonger was dan de personages uit het boek – en jonger dan de auteur én de vertaler. En My God, dat was echt nice. En behoorlijk exciting!

Toch moet ik hier een kleine kanttekening maken: Duitse auteurs gebruiken doorgaans meer Engelse woorden dan Nederlandse schrijvers. Het is bijvoorbeeld volstrekt acceptabel om in Duitse hedendaagse romans woorden als “girlfriend” of “mum” aan te treffen, terwijl wij in het Nederlands gewoon “vriendin” of “moeder” zouden zeggen.

Normaal gesproken zou ik die Engelse woorden gewoon naar het Nederlands vertalen. Maar bij Allegro Pastel moest ik natuurlijk anders te werk gaan; de Engelse woorden hoorden immers bij de leefwereld van Tanja en Jerome. Daarom koos ik ervoor om Engelse woorden zoals “dad”, “mum” en “boyfriend” ook in mijn Nederlandse vertaling te laten staan.

Cool, vind je niet?’

Lees hier enkele fragmenten uit Allegro Pastel en laat je meevoeren naar het hippe uitgaansleven van Berlijn!

Dit boek verscheen in december 2025 in het Nederlands. Hoewel het in de Duitstalige pers positief werd onthaald, werd het in de Nederlandstalige pers nog niet breed opgepikt, waardoor er tot nu toe nauwelijks recensies verschenen.