Allegro Pastel
Leif Randt – 2025
Over het boek
Leif Randt (°1983, Frankfurt am Main) is een gevestigde naam in de Duitse literaire wereld. Eerder schreef hij al Leuchtspielhaus (2009), Schimmernder Dunst über CobyCounty (2010) en Planet Magnon (2015), waarvoor hij verschillende prijzen won. Allegro Pastel is Randts vierde roman en verscheen in maart 2020 bij Kiepenheuer & Witsch. Het boek werd positief onthaald in de Duitse pers, werd genomineerd voor de Leipziger Buchpreis en stond op de longlist van de Deutscher Buchpreis.
Op het eerste gezicht lijkt Allegro Pastel een klassieke, conventionele liefdesroman over Tanja en Jerome. Tanja Arnheim, die met haar debuutroman PanoptikumNieuw een cultboek scoorde, wordt binnenkort dertig. Met zicht op Volkspark Hasenheide in Berlijn wacht ze op een knalidee voor haar nieuwe boek. Haar vijf jaar oudere vriend, de succesvolle webdesigner Jerome Daimler, woont in Maintal in de bungalow van zijn ouders en probeert zijn leven steeds meer als spirituele zelfreflectie te zien. Tanja en Jerome hebben een langeafstandsrelatie en die verloopt vlekkeloos. Ze blijven via tekst en beeld nauw met elkaar verbonden en zoeken elkaar op voor lange weekends in hun respectievelijke realiteiten. Hardlopen door het natuurgebied en mediteren in Maintal in het zuiden van Hessen, een voortkabbelende communicatie en sekspositief uitgaansleven in Berlijn: Jerome en Tanja zijn er voor elkaar, maar verliezen zich niet helemaal in de ander.
Ouders, vrienden en depressieve familieleden laten hun een verdriet zien waar Tanja en Jerome grotendeels immuun voor blijven. Maar het verlangen om hun genegenheid te behouden, zonder dat die naïef of pijnlijk existentieel wordt, vormt een grote uitdaging voor het stel. Wanneer Tanja een oogje krijgt op Janis, de vriend van haar vriendin Amelie, en afstand neemt van Jerome, begint ook hij te daten met Marlene Seidl, een meisje dat hij nog kent van de basisschool. Langzaam groeien Tanja en Jerome uit elkaar, terwijl hun leven een nieuwe richting inslaat.
‘Allegro Pastel is Germany’s next lovestory, het verhaal van een bijna normale liefde en haar transformaties’, zo luidt de achterflap van het boek. Maar Randt beschrijft in deze roman veel meer dan de liefdesperikelen van Tanja en Jerome. Met zijn nuchtere, zakelijke schrijfstijl en scherpe observaties biedt hij een unieke kijk op de leefwereld en de vervreemding van kosmopolitische millennials. Hij schildert hun dagelijks leven tot in de kleinste details: hun seksleven, hun bars, sportclubs en discotheken, hun communicatie via sociale media, hun drug- en alcoholgebruik, hun hippe en tegelijk hyperreflectieve, bijna posttherapeutische taalgebruik, en ga zo maar door. De personages zijn vrijwel allemaal hoogsensitief; als ze zich zorgen maken, dan niet omdat ze met grote problemen worden geconfronteerd, maar omdat ze er bewust voor kiezen zich zorgen te maken. Hun dagelijkse beslommeringen lijken banaal, haast luxeproblemen, en toch gaan ze gebukt onder de druk van de samenleving: ze moeten altijd en overal op hun smartphone bereikbaar zijn, hebben allemaal weleens een depressie of burn-out doorgemaakt en lijken allemaal weleens een therapeut te hebben opgezocht.
Randts diagnose van de tijdsgeest dringt trouwens ook door tot de stijl van het boek. Zo bevat het naast klassieke romanscènes ook talloze iMessages, e-mails, appjes en berichtjes – van Telegram over Instagram tot Snapchat. Door deze literaire vorm legt Randt alle gebeurtenissen onder een vergrootglas en creëert hij een gevoel van extreme tegenwoordigheid. Hij is in feite niet meer dan een toeschouwer van een uiterst actueel fenomeen. En dat geldt natuurlijk ook voor de vertaler van dit boek, zoals uit Joëlles vertaalverhaal blijkt.
Uitgegeven bij Leesmagazijn

Joëlles vertaalverhaal
‘Het vertaalproces van Allegro Pastel verliep niet van een leien dakje. En dat had zowel met het boek als met mijn persoonlijke situatie te maken.
Literair vertalen doe je in de eerste plaats uit liefde voor het vak, uit liefde voor de taal en de literatuur. Maar de vergoeding die je ervoor krijgt is bedroevend laag, al helemaal als je bedenkt hoeveel uren, dagen, weken en maanden je erop zwoegt. Zonder de subsidieregeling van Literatuur Vlaanderen zou ik onmogelijk van mijn werk als literair vertaler kunnen leven. En zelfs mét die regeling moeten de meeste literair vertalers hun vertaalwerk combineren met andere activiteiten.
En dat is voor mij niet anders. In de tijd dat ik Allegro Pastel vertaalde, zat ik in de eindfase van mijn doctoraatsonderzoek: de deadline voor de inlevering en de openbare verdediging naderde. Tegelijkertijd stond ik op het punt om te trouwen met de man van mijn leven en waren we bezig met de bouw van onze droomwoning. Dat waren veel ballen om in de lucht te houden, waardoor Allegro Pastel enige vertraging opliep. Maar uiteindelijk lukte het me om de roman af te werken.
De vertraging was echter niet alleen het gevolg van mijn persoonlijke situatie; ook het boek zelf vormde een heuse uitdaging. Het was veel moderner dan alle vorige boeken die ik had vertaald.
De roman wisselt voortdurend van toon, stijl en register, waardoor ik als vertaler uiterst flexibel moest zijn. In de traditionele romanscènes is het register eerder formeel. Wanneer Jerome het woord neemt, is de toon introspectief, analytisch en soms zelfs spiritueel. Wanneer Tanja’s perspectief wordt beschreven, is het vocabulaire eerder psychologisch van aard. In de dialogen, die het verhaal de nodige vaart geven, en in de talrijke appjes en e-mails met emoji’s is het register dan weer informeel en spreektalig.
Bij elke verandering van register moest ik als vertaler schakelen. In de dialogen en de appjes moest ik zoeken naar spreektalige Nederlandse formuleringen, terwijl ik in de traditionele romanscènes juist abstracte filosofische of psychologische woorden moest gebruiken. En dat alles binnen één en dezelfde roman.
Maar hoewel het boek qua toon en register een grote variatie kent, is Randts taal in de eerste plaats hip, jeugdig en modern. Zo modern dat ik soms het gevoel kreeg dat ik gewoon te oud was om dit boek te vertalen – ook al was ik op dat moment pas vierendertig. De personages beleven de wereld om hen heen voor een groot deel via hun telefoon en sociale media. Hun taal is doorspekt met talloze Engelse woorden, een weerspiegeling van de vele Amerikaanse invloeden waaraan deze generatie wordt blootgesteld.
En daar zat een bijzondere paradox in: Leif Randt en ikzelf behoren ongeveer tot dezelfde generatie, maar toch voelde zijn taalwereld soms zo ver van de mijne verwijderd dat ik me genoodzaakt zag om jongeren te raadplegen. Ik moest me onderdompelen in hun leefwereld: hoe ze met elkaar communiceren, welke taal ze in appjes gebruiken, welke stopwoordjes gangbaar zijn, enzovoort. Ik deed dus eigenlijk onderzoek bij een generatie die jonger was dan de personages uit het boek – en jonger dan de auteur én de vertaler. En My God, dat was echt nice. En behoorlijk exciting!
Toch moet ik hier een kleine kanttekening maken: Duitse auteurs gebruiken doorgaans meer Engelse woorden dan Nederlandse schrijvers. Het is bijvoorbeeld volstrekt acceptabel om in Duitse hedendaagse romans woorden als “girlfriend” of “mum” aan te treffen, terwijl wij in het Nederlands gewoon “vriendin” of “moeder” zouden zeggen.
Normaal gesproken zou ik die Engelse woorden gewoon naar het Nederlands vertalen. Maar bij Allegro Pastel moest ik natuurlijk anders te werk gaan; de Engelse woorden hoorden immers bij de leefwereld van Tanja en Jerome. Daarom koos ik ervoor om Engelse woorden zoals “dad”, “mum” en “boyfriend” ook in mijn Nederlandse vertaling te laten staan.
Cool, vind je niet?’
Uit het boek
Lees hier enkele fragmenten uit Allegro Pastel en laat je meevoeren naar het hippe uitgaansleven van Berlijn!
Beluister onderstaand fragment
Op weg naar de wc kwam ze haar zus tegen. Sarah had erg verwijde pupillen en een bezweet voorhoofd, ze kwam naar Tanja toe in het gezelschap van twee kerels in een zwart onderhemd en met een zilveren halsketting, waarschijnlijk studiegenoten van de filmacademie. Een knuffel met een kus op de wang – dat was niets ongewoons tussen de zussen, Tanja wist dat, en toch voelde ze bij Sarah een extra scheut affectie. Sarah stelde haar buddy’s – Tim en Jakob – haastig voor, en uit de manier waarop die Tanja met een opvallend formele handshake begroetten, maakte ze op dat de jongens wel wisten dat ze Sarahs succesvolle oudere zus was. Tanja en Sarah spraken af dat ze elkaar uiterlijk om drie uur buiten bij de bar zouden ontmoeten om samen water zonder prik te drinken. In de rij voor de wc vroeg Tanja zich af of ze zich oprecht zorgen maakte over het druggebruik van haar depressieve zus, en als dat inderdaad het geval was, tot welk soort dubbele moraal ze dan neigde. De wisselwerking van antidepressiva en Molly was voor zover ze wist niet optimaal, al was haar neurologische kennis niet om over naar huis te schrijven. In feite kwam haar onbehagen alleen voort uit het begrip ‘heropnameremmer’, dat ze met antidepressiva associeerde. Tanja keek op haar telefoon. Jerome had alleen een emoji met een zonnebril gestuurd, wat ze een beetje teleurstellend vond. Ze overwoog de wachttijd in de rij voor de wc te gebruiken om online meer informatie op te zoeken over wisselwerkingen, maar haar datavolume was bijna opgebruikt en de internetverbinding in de Griessmühle was nogal slecht. Ze leefden nog lang niet in het tijdperk waarvan veel mensen zeiden dat ze er al middenin zaten. Tanja las een paar van de berichtjes die ze de afgelopen dagen had gekregen. De meeste vond ze leuk. Eigenlijk hadden alle mensen met wie ze communiceerde een zelfverzekerde toon ontwikkeld in hun berichtjes. Zelfs haar moeder slaagde er nu in om met een zekere uitvoerigheid te appen en daarbij zelfs steeds vaker de formele aanspreekvorm – Beste dochter Tanja – achterwege te laten. Tanja was trots op haar moeder, die als therapeut in Kiel werkte, net zoals haar moeder trots was op haar. Tanja’s vader, een stugge Noord-Duitse internist, was volgens haar moeder ook trots op haar, maar onmogelijk in staat haar dat te laten blijken. De gedachte aan haar vader ontroerde Tanja, hij kon nu eenmaal niet anders, hij was gewoon minder goed met woorden dan de andere Arnheims, maar daarom niet minder super. Ze nam zich voor haar vader in de komende dagen op te bellen en keek nu echt uit naar het hortende begin van dat gesprek. In PanoptikumNieuw had ze haar hoofdpersonage Liam laten zeggen: ‘Je kunt ofwel heel erg op je ouders gaan lijken, ofwel geestesziek worden. Alleen bij geesteszieke ouders lukt het misschien allebei.’ En hoewel Tanja die zin al in drie interviews verdedigd had, voelde het inzicht nu weer als nieuw. Misschien had Sarah al die tijd te veel tegen haar voorbeelden gestreden, misschien was dat het hele probleem. Maar was het eigenlijk wel een probleem? In de gang voor de wc was het behoorlijk warm. Toen de deur voor Tanja openging en een gemengd groepje van vijf mensen – twee vrouwen, drie mannen – naar buiten kwam, voelde ze zich echt goed. Ze knikte hun alle vijf openhartig toe en draaide zich daarna nog een keer om naar de wachtende vrouwen en mannen die achter haar in de rij stonden. Heel even overwoog ze te vragen of er nog iemand voor haar naar de wc wilde, want ze moest nog helemaal niet zo dringend, toen haar ten eerste opviel dat die vraag na een wachttijd van tien minuten wel erg bizar was, en ten tweede dat ze net behoorlijk high was geworden. Het loonde de moeite dat ze weinig ontbeten had, de halve North Face sloeg sneller aan dan verwacht. Tanja liep het toilethokje in alsof ze door een golf badschuim naar binnen werd gespoeld, daarna sloot ze de deur. De wc-bril bedekte ze zorgvuldig met zakdoekjes en ze ging zitten. Ze nam de tijd, ze moest lachen, ze sloot tijdens het plassen haar ogen, het was mooi.
Appje aan Jerome: ‘Sarah gezien, in hogere sferen. Ik loop heerlijk soft in de toilettenwalm. Veel te veel mannen. Miss you.’ En nauwelijks een paar tellen later: ‘Miss U 😍 Miss U 😍 Miss U 😍…’ Jerome appte dat zijn afspraak met Bruno en Julian niet doorging omdat Julians dochter ziek was, waardoor hij niet zoals gepland onder invloed van ketamine in Offenbach langs de oever van de Main slenterde, maar bij de ondergaande zondagse zon thuis zat te programmeren. Toch zou hij haar roesverslag graag lezen, zij het misschien met een tikje jaloezie. Tanja stuurde dat hij vandaag ten minste appelwijn moest drinken terwijl hij werkte, ‘uit solidariteit met je trippende girlfriend in de buurt van tramhalte Sonnenallee.’ Jerome antwoordde: ‘Het woord solidariteit gebruik jij alleen wanneer je aan de xtc zit. Maar dan wel voortdurend 😂’
Tanja stond zwetend op de dansvloer, ze keek op haar telefoon, zag het woord ‘solidariteit’ voor zich en wist dat Jerome gelijk had. Ze hield van hem, ja, ze hield echt van hem, en precies dat wilde ze hem nu sturen, maar ze liet het toch maar achterwege. Hun omstandigheden waren te verschillend. Zij stond tussen de bassen, hij keek uit over het natuurgebied. En voor Jerome was ecstasy iets nostalgisch. Hij had Tanja vaak over zijn ‘E-fase’ tussen 2009 en 2012 verteld, een tijd die hij achter zich had gelaten, maar nooit zou vergeten, zoals de zomer van 2001, toen hij net zijn rijbewijs had gehaald en met goede vrienden naar de Franse Atlantische kust was gereden om te kamperen.
Beluister onderstaand fragment
Tijdens het ontbijt zei Marlene dat ze al eens een heel jaar nuchter was geweest, tussen januari 2016 en maart 2017. ‘Ik zag er jonger uit en had meer tijd. Misschien was ik ook helderder. Maar ik voelde me niet beduidend beter dan anders.’ Jerome had roerei gemaakt. Marlene had een betere pan dan Tanja, en haar keuken voelde wat stedelijker aan, omdat achter de ruiten niet Volkspark Hasenheide te zien was, maar de Münchener Straße in de stationsbuurt van Frankfurt. Marlenes flat was voor één persoon luxueus, voor een stel best oké, voor een gezin te klein. Maar voorlopig zou ze hem niet opgeven. Ze waren het erover eens dat een combinatie van dorp en stad alleen maar goed kon zijn voor een kind. Omdat ze allebei vrij gelukkige mensen waren, kon het waarschijnlijk geen kwaad om op te groeien in Maintal, maar toch stond het vast dat ze hun eigen kind een complexere realiteit wilden aanbieden. Achteraf bekeken had Jerome gewild dat zijn ouders hem op een vroeger tijdstip meer tegenstrijdige leefwerelden hadden voorgeschoteld. Reizen naar de voormalige Sovjetstaten zou in de jaren negentig mogelijk en opwindend zijn geweest. In plaats daarvan gingen ze op skivakantie. En daarna, toen vliegen goedkoop was, had Jerome de wereld op eigen houtje moeten ontdekken. Het was hem niet gelukt om alsnog naar de voormalige Sovjet-Unie te gaan, wel naar Japan en Californië. Hij bedacht dat hij zijn kind vroeger moest laten ervaren dat alles met elkaar verbonden was en dat je veel verschillende dingen mooi kon vinden. Diverse, tot dusver onbekende simulatietechnieken zouden hem daarbij helpen. Zodra hij te veel in detail wilde treden over zijn beeld van het ouderschap snoerde Marlene hem de mond, omdat ze nog niet eens in de derde maand was.
De kans bestond nog steeds dat het allemaal vals alarm bleek te zijn, dat Jerome toch nooit vader zou worden. Marlene en hij hadden na slechts twee dagen bedenktijd resoluut voor het kind gekozen, Jerome had een powerpoint gemaakt met pro’s en contra’s, op een paar slides was hij ingegaan op de kwestie ‘algemene maatschappelijke verantwoordelijkheid’. Hun kind zou in elk geval CO2 produceren, en door hun nieuwe baan als opvoeder zouden Jerome en Marlene veel tijd verliezen, die ze onder andere omstandigheden zinvoller zouden kunnen invullen voor het algemeen belang. Anderzijds zou een abortus hen er indirect toe verplichten om hun vele vrije tijd voortaan op een meer geëngageerde manier te besteden, wat meteen neurotisch aanvoelde. Onder de reusachtige kop ‘Sorry – vandaag weer drukdruk’ lijstte Jerome onprettige uitnodigingen en situaties op waar ze in de toekomst onderuit zouden kunnen komen, omdat ze immers het beste excuus ooit zouden hebben. Op een slide stond: ‘Creating A Future Personality’, daaronder de streepjes ‘humor’, ‘sport’ en ’vriendelijkheid’, gevolgd door een slide waarop hij zichzelf citeerde: ‘Ons kind zou bijvoorbeeld een zinvolle religie kunnen leren.’ Op een foto van het Comomeer, waarop Jerome en Marlene onder invloed van paddo’s arm in arm naar de zonsondergang stonden te kijken, had hij een driejarig kind in een salopette gefotoshopt dat naar hen opkeek. De herinnering aan die rare high was verrassend genoeg niet tegenstrijdig met het idee om op een vergelijkbare middag ook voor een kind te zorgen. Jerome had eerder het gevoel dat die twee dingen goed te combineren vielen. Marlene vond de hele powerpoint erg leuk, ze lachte vaak, en aan het einde had ze tranen in haar ogen toen hij zei: ‘Misschien moeten we het gewoon doen.’
Rond het boek
Dit boek verscheen in december 2025 in het Nederlands. Hoewel het in de Duitstalige pers positief werd onthaald, werd het in de Nederlandstalige pers nog niet breed opgepikt, waardoor er tot nu toe nauwelijks recensies verschenen.