Ga naar de inhoud

Elektrische vissen

Susan Kreller (°1977, Plauen) is een Duitse auteur van youngadultboeken. Met haar jeugdromans Elefanten sieht man nicht en Schneeriese verwierf ze een stevige reputatie binnen de Duitse jeugdliteratuur; voor Schneeriese ontving ze in 2015 de Deutscher Jugendliteraturpreis. Ook Elektrische Fische werd voor deze prijs genomineerd en won in 2020 de Katholischer Kinder- und Jugendbuchpreis.

In Elektrische Fische verhuist de twaalfjarige Emma met haar moeder, broer en zus van Dublin naar Velgow, het Oost-Duitse geboortedorp van Emma’s moeder. Voor Emma voelt de verhuizing als een ontworteling: ze mist Ierland, de Atlantische Oceaan, haar Ierse grootouders en vooral haar vertrouwde taal: het Iers. Ze wil zo snel mogelijk terug naar Dublin en smeedt samen met haar nieuwe vriend Levin een plan om naar Ierland te vluchten.

Maar Emma is niet de enige die met vervreemding en verlies worstelt. Haar zusje Aoife zegt sinds de verhuizing geen woord meer, en Levin draagt zijn eigen moeilijke thuissituatie met zich mee. Langzaam groeit er een vriendschap tussen Emma en Levin, die Emma helpt om met andere ogen naar haar nieuwe woonomgeving te kijken. Wat aanvankelijk alleen maar vreemd en troosteloos lijkt, begint daardoor toch als thuis aan te voelen.

De roman is zowel teder als indringend en verbindt verschillende thema’s zoals heimwee, migratie, identiteit, alcoholverslaving, psychische problemen en het zoeken naar een plek waar je je écht thuis voelt. Tegelijkertijd gaat het boek dieper in op het Duitse verleden en op de tegenstelling tussen Oost en West.

Dit alles – een sterk verhaal, een genuanceerde thematiek en een heel eigen literaire stem – maakt dit boek bijzonder leuk én uitdagend om te vertalen.

Uitgegeven bij Clavis Uitgeverij

‘Er wordt weleens gezegd dat het vertalen van kinder- en jeugdliteratuur peanuts is vergeleken bij het vertalen van volwassenenliteratuur. Omdat kinder- en jeugdboeken zich tot een jonger lezerspubliek richten, zouden de gebruikte woorden eenvoudiger zijn en de vertaalmoeilijkheden geringer. Als vertaler hoef je dus in feite niets anders te doen dan het kind in jezelf naar boven te halen. Een fluitje van een cent, toch?

Niet dus! Het vertalen van kinder- en jeugdliteratuur mag dan wel als minder “literair” of “moeilijk” worden beschouwd, toch loop je als vertaler tegen heel wat uitdagingen aan. Neem nu bijvoorbeeld de Harry Potter-boeken, die door Wiebe Buddingh naar het Nederlands zijn vertaald. Op vrijwel elke bladzijde stuit je op Latijnse spreuken, rijmpjes en neologismen – woorden die Rowling heeft verzonnen voor magische voorwerpen, planten, plaatsnamen en allerlei andere zaken. Om zulke woorden treffend te vertalen en ervoor te zorgen dat de Nederlandse lezer net zo dol is op Harry als de Engelse, moet de vertaler alle creativiteit uit de kast halen én originele, consistente vertaaloplossingen aanreiken – allesbehalve eenvoudig, dat kan ik je wel vertellen! En ik kan het weten, want ook ik moest heel creatief te werk gaan toen ik Elektrische vissen vertaalde.

“De maan ziet eruit als een oor, hij hangt half krom boven de donkere landweg en luistert witter dan Avonmore Milk mee vanuit de hemel’ – zo schrijft Kreller in de openingszin van de roman. Een prachtig poëtisch beeld dat zijn kracht ontleent aan de eenvoudige, ritmische formulering en dat uitstekend past bij de perceptie van een tienermeisje zoals Emma. Wilde ik in mijn vertaling hetzelfde effect bereiken, dan moest ik mijn woorden net zo zorgvuldig kiezen als Kreller: sober en concreet. Alleen zo zou mijn vertaling de juiste toon treffen.

Maar er school nog een extra uitdaging in deze zin: Kreller vergelijkt het witte schijnsel van de maan hier met Avonmore Milk. Dat is een populaire Ierse melksoort die ze achter in het boek door middel van een verklarende woordenlijst duidt. Maar wat moest ik daar nou mee in mijn vertaling? Zouden mijn Nederlandse lezers de melksoort kennen – en deed dat er überhaupt iets toe? Moest ik de metafoor behouden of juist gaan verduidelijken door een andere, meer bekende melksoort zoals karnemelk te kiezen? Moest ik het begrip ook gaan duiden in een verklarende woordenlijst, of kon ik het beter in de lopende tekst omschrijven, op het gevaar af dat de metafoor daardoor te uitleggerig werd en spaak zou lopen? Ik besloot het nog even in beraad te houden tot ik meer vertrouwd was met het boek.

En dat bleek een goede strategie te zijn. Want het duurde niet lang of het drong tot me door dat de roman talloze Ierse woorden bevatte. En dat die niet zomaar een stijlkenmerk waren om de tekst een zekere Ierse kleur te geven, maar dat ze ook een thematische functie hadden – ze droegen namelijk bij tot Emma’s gevoel van heimwee en verlorenheid. En toen was mijn keuze snel gemaakt: ik liet Avonmore Milk gewoon staan en lichtte het woord toe in de verklarende woordenlijst, net als de auteur zelf.

Maar er waren nog heel wat andere afwegingen die ik moest maken. Krellers Duitse zinnen zijn vaak lang en bevatten veel komma’s. Dat geeft haar proza een eigen ritme, maar in het Nederlands maakt dat de tekst soms nodeloos zwaar, al helemaal voor een twaalfplusser. Hoewel ik had geleerd dat je als vertaler niet in zinnen mag knippen, besloot ik het hier wél af en toe te doen. Ik knipte al te lange zinnen op en schikte ze net iets anders, om op die manier tegemoet te komen aan de leesgewoonten en verwachtingen van een jong Nederlands lezerspubliek.

Wat ik heb geleerd van dit vertaalproject, is dat een goede vertaling voortdurend moet balanceren. Je wilt zo dicht mogelijk bij de schrijver blijven, maar je vertaalt uiteindelijk niet voor de schrijver: je vertaalt voor een nieuwe lezer. En als die nieuwe lezer Emma’s stem, haar gevoeligheid en haar heimwee net zo ervaart als de Duitse lezer, dan is de vertaling voor mij geslaagd.’

Lees of beluister hier de openingsscène van Elektrische vissen en laat je onderdompelen in Emma’s verhaal.

Beluister onderstaand fragment

De maan ziet eruit als een oor, hij hangt half krom boven de donkere landweg en luistert witter dan Avonmore Milk* mee vanuit de hemel. Als mijn moeder vanaf de passagiersstoel zonder enige waarschuwing ‘Daar verderop begint Velgow!’ zegt, is de maan de enige die haar echt hoort. Ze zou dat eigenlijk opgetogen moeten roepen, maar ze zegt het net zo verveeld als de oude gezusters Black van de overkant dat vroeger deden, als ze op hun oprijlaan stonden en in duet vertelden dat ze weer alleen lamb stew voor het diner hadden gekregen.

Vroeger, dat is helemaal niet lang geleden.

Vroeger duurde tot vanochtend, ongeveer tot het moment waarop de blauwe taxi voor het huis stond en wij ons Ierse leven in de kofferbak moesten stouwen om van Dublin naar Duitsland te verhuizen. Naar Velgow, het dorp van onze moeder, waar ze al twintig jaar geen voet meer heeft gezet en geen van haar kinderen ter wereld heeft gebracht.

Airport, please.

Make it stop, please.

Het was nog donker toen we vertrokken, het daglicht konden we alleen op het vliegveld en vanuit het vliegtuig zien. Nu is het avond, en het is alweer donker.

Ik zie nergens licht, alleen de maan en het licht van koplampen. We zijn pas drie uur in Duitsland, mijn moeder, mijn broer, mijn zus en ik, maar nu al is alles verkeerd. Het landschap en de vreemde huizen, de januarimaand en de naar kokos stinkende luchtverfrisser op de spiegel voorin. En vooral de kant van de straat waarop we rijden. Om de zoveel mijl sta ik op het punt de Duitse grootvader ‘Keep left!’ toe te roepen, totdat me nog net op tijd te binnen schiet dat ik niet thuis ben, en dan hou ik mijn mond maar.

We rijden gewoon door. Langs ‘Daar verderop begint Velgow!’, voorbij masten met laaghangende elektriciteitsdraden en langs een geel bord met een zwart opschrift. We rijden weg van de duisternis, recht de duisternis in. Maar hoewel het hier zo donker is, heb ik niet het gevoel dat er in deze omgeving iets ergs zou kunnen gebeuren. Alles ziet er onschuldig uit, hoegenaamd niet levensgevaarlijk.

Ik kan nog niet weten hoezeer ik het mis heb.

De auto van de Duitse grootvader rijdt verder door de lege, donkere avond. Alles blijft hetzelfde. En plots benijd ik de Ierse emigranten die in de vorige eeuw de boot van Cork naar Amerika hebben genomen. Ik benijd iedereen die toen zeeziek was, vol luizen en dromen, en die ten slotte met een begroeting door het vrijheidsbeeld werd beloond. Maar omdat Velgow New York niet is, worden wij alleen door een oude graansilo begroet, waar iemand Lügenpresse – liegende pers – en I love Angelina Wuttke op heeft geschreven. Het woord Lügenpresse is door de zon verbleekt, maar Angelina Wuttke verspreidt een rode glans in het licht van de koplampen. De liefde voor haar lijkt nog pril te zijn.

De Nederlandse vertaling van Elektrische Fische kreeg een mooie recensie van Jaap Friso in De boekenkrant, getiteld ‘Heimwee in het kwadraat’.

‘Elektrische vissen is een van die boeken die ik met veel plezier heb geredigeerd. Aan een vertaling heb ik gemiddeld genomen minder werk dan aan een origineel Nederlandse tekst, maar uiteraard zijn er goede en minder goede vertalers. Joëlle is zonder enige twijfel een goede. Haar vertaling was absoluut geen slaafse, al te letterlijke weergave van de Duitse tekst. De kunst is om trouw te blijven aan het origineel en tegelijk het Nederlands fris en sprankelend te maken, met genoeg levendigheid en onvoorspelbaarheid. Daar is Joëlle helemaal in geslaagd. En op een of andere manier lukte het haar ook om de sfeer van het verhaal intact te houden. De vertalingen waaraan je niet ziet dat het vertalingen zijn, dat zijn de beste.’

– Tom Van der Cruysse, redacteur Clavis Uitgeverij