Ga naar de inhoud

De poort naar de Nieuwe Wereld: Dromen

De poort naar de Nieuwe Wereld – Dromen is het eerste boek van bestsellerauteur Miriam Georg (°1987) dat in het Nederlands verschijnt. Eén sappig detail: Miriam Georg heet in werkelijkheid Miriam Kraehe; Georg is een van de pseudoniemen die ze gebruikt. Kraehe schrijft namelijk in verschillende genres en daarom hanteert ze drie verschillende pseudoniemen, elk verbonden aan een bepaald literair imago en een concrete uitgeverij. Als Mina Gold (Penguin Random House) publiceert ze toegankelijke feelgoodromans (Inselblumen-Serie). Als Lisa Kirsch (Fischer Verlag) schrijft ze eerder gestileerde liefdesverhalen (Das Glück in vollen Zügen, Querbeet ins Glück). En onder de naam Miriam Georg, voornamelijk bij Rowohlt Verlag, kiest ze resoluut voor het grotere werk: de historische roman, het genre dat het meest aansluit bij haar passie voor onderzoek en haar belangstelling voor maatschappelijke thema’s.

Afgezien van de in 2025 verschenen roman Die Verlorene (binnenkort ook in het Nederlands) zijn alle historische familiesaga’s van Miriam Georg tweeluiken. En ze hebben nóg iets gemeen: ze belichten vrijwel allemaal het verleden van Hamburg, met bijzondere aandacht voor sociale ongelijkheid en de kwetsbare positie van de vrouw. Ze spelen zich af aan het eind van de 19de en het begin van de 20e eeuw, met als decor zowel riante villawijken als straatarme buurten rond het Gängeviertel en de haven. En niet onbelangrijk: ze zijn stuk voor stuk razend spannend!

En dat is in Dromen, het eerste deel van De poort naar de Nieuwe Wereld, niet anders! Het boek kent een rijk bevolkte figurenwereld, maar volgt vooral het verhaal van twee jonge vrouwen. Ava, een straatarme jonge vrouw die geld bijeenspaart om de overtocht naar Amerika te kunnen maken en daar op zoek te gaan naar haar verdwenen ouders, en Claire Conrad, een bloedmooie en steenrijke redersdochter die vanwege haar opvliegende temperament van hysterie wordt beschuldigd. Door een vreemde speling van het lot ontmoeten ze elkaar in Ballinstadt, een plek vlak buiten Hamburg waar duizenden emigranten samenkomen en wachten tot ze aan boord kunnen gaan van een schip dat hen naar Amerika, naar een beter leven, zal brengen. Daar in Ballinstadt ontmoeten ze ook Will Svarts, een kunstfotograaf, en Quint Morris, opzichter van Ballinstadt. De levens van deze vier personages raken met elkaar verstrikt, en wat volgt is een meeslepend verhaal vol drama en intrige, liefde en vriendschap, waarin turbulente passages worden afgewisseld met prachtige beschrijvingen van het fin de siècle en de hectiek van de uit haar voegen barstende grootstad.

Maar Dromen is veel meer dan zomaar een pageturner. En dat heeft alles te maken met Georgs documentaire stijl. Ze beschrijft zowel grote historische gebeurtenissen – de cholera-epidemie, de armoede en industrialisering, de massale emigratie, het antisemitisme – als kleine, gedetailleerde taferelen, zoals de turfwinning in het veen, de eerste stappen in de fotografie en de volkstentoonstellingen uit het fin de siècle.

Georgs werk sluit aan bij de traditie van de sociale roman, waarin maatschappelijke wantoestanden aan de kaak worden gesteld, maar heeft ook een moderne, feministische insteek: haar boeken laten zien hoe vrouwen uit alle klassen lijden onder patriarchale structuren, zowel welgestelde vrouwen die van hysterie worden beschuldigd als straatarme arbeidsters die in de prostitutie belanden. Dit alles, in combinatie met Georgs beeldende en meeslepende vertelstijl, maakt haar tot een belangrijke stem binnen de hedendaagse Duitse literatuur. Emile Zola of John Galsworthy hadden het niet beter kunnen vertellen!

Uitgegeven bij Manteau

‘In december 2024 werd ik gecontacteerd door Patricia Defour, uitgever bij Manteau / Standaard Uitgeverij. Ze vroeg me of ik het tweeluik Das Tor zur Welt van Miriam Georg wilde lezen en er een leesrapport over wilde schrijven. Ik had er net een druk semester op zitten, waarin ik drie verschillende colleges had moeten geven. Ik was dus eigenlijk toe aan rust en ontspanning. Maar toen ik hoorde dat Georgs boeken historische familiesaga’s waren – én dat ze als luisterboek beschikbaar waren –, aarzelde ik geen moment. Het waren immers boeken die ik zelf ook als vakantielectuur zou hebben gekozen, en zo kon ik het nuttige aan het aangename koppelen…

En het duurde niet lang of ik raakte in de ban van het verhaal van Ava en Claire. Voor ik het wist, had ik de boeken uit. Ik schreef een laaiend enthousiast leesrapport en hoopte dat de uitgever de titels zou aankopen – én dat ik ze zou mogen vertalen, dat spreekt voor zich.

In maart 2025 werd ik opnieuw gecontacteerd door Patricia. Ze vertelde me dat ze de rechten voor de boeken had gekocht en vroeg of ik ze wilde vertalen. Mijn eerste reactie was: ja! Ja! Ja! Hoewel de romans heel anders waren dan bijvoorbeeld Goethe of Othmann, vond ik ze erg leuk om te vertalen. Maar…

Ze waren ook erg dik. Elk boek telde meer dan 600 bladzijden. Zou ik dat in mijn eentje wel redden? Hoelang zou ik eraan werken? En kon ik dat nog wel combineren met mijn baan aan de universiteit? Ik aarzelde, maar uiteindelijk volgde ik mijn hart en nam ik de opdracht aan.

En zo werd deze vertaalklus ook voor mij de poort naar een nieuwe wereld. Want ze deed me beseffen dat mijn hart toch écht bij het vertalen ligt. En daarom besloot ik begin 2026 dat ik zou stoppen met mijn baan aan de universiteit en dat ik vanaf 1 oktober 2026 fulltime als vertaler en auteur aan de slag zou gaan. Spannend, vind je niet?

Maar net als alle voorgaande vertaalopdrachten stelde ook dit boek me voor de nodige uitdagingen. Zo merkte ik algauw dat Georg in haar roman een breed maatschappelijk panorama schetst en alle lagen van de bevolking een stem geeft: van vooraanstaande, welgestelde figuren tot straatarme fabrieks- of havenarbeiders. En al die personages hebben natuurlijk hun eigen register, hun eigen taalgebruik. Terwijl arbeiders in de kroeg een volkstaaltje spreken dat door regionale woorden wordt gekleurd, is het taalgebruik van de hogere kringen verfijnd, hoogdravend en vaak doorspekt met Franse woorden. Al deze registerverschillen moest ik in mijn vertaling zien weer te geven – geen gemakkelijke klus, dat kan ik je wel vertellen. Zo koos ik er bijvoorbeeld voor om Laetitia, Claires grootmoeder, net als in het Duits te laten spreken alsof ze nog steeds “in de middeleeuwen leeft”: oubollig, aristocratisch, vermanend. Bij een figuur als Quint, die vaak in arbeiderskroegen rondhangt, koos ik dan weer bewust voor informeel, eenvoudig taalgebruik.

Een andere grote uitdaging was de documentaire schrijfstijl. Georg beperkt zich niet tot een aantal grote thema’s, zoals migratie of de cholera, maar heeft ook oog voor details: de jurken en hoeden die welgestelde dames droegen, de kleren van arme arbeiders, het eten dat door rijken en armen werd gegeten, de eerste vriezers uit die tijd, en ga zo maar door. Al deze details getuigen van vakmanschap en grondige research – research die ik als vertaler voor een deel opnieuw moest doen. Ik moest immers de juiste terminologie in het Nederlands vinden.

En die research kostte me heel wat tijd. Ik riep de hulp in van het Red Star Line Museum voor de terminologie rond schepen en migratie, en ik deed een beroep op een aantal artsen om de cholera-passages te laten nalezen. Ik zocht uren en uren op het web en in bibliotheken. En ik riep de hulp in van collega’s en zelfs van de auteur, die me van extra leesvoer voorzag.

Hoever mag en moet je als vertaler in deze research gaan? Die vraag schoot geregeld door mijn hoofd tijdens het vertalen. Het liefst had ik gewoon mijn koffer gepakt en was ik zelf naar Hamburg gegaan, om daar de stad, de straatnamen, de historische gebouwen, de havenwijk te verkennen, te voelen, met eigen ogen te zien.

Maar “met eigen ogen zien” is in mijn geval als blinde boekvertaler natuurlijk net iets lastiger. Ik zou een gids nodig hebben die mijn ogen kon vervangen en me de verhalen kon vertellen, de geuren kon laten ruiken, de sfeer kon laten opsnuiven. En dat zou in dit geval te veel tijd hebben gekost. Tijd die ik niet had.

Het goede aan het feit dat ik de beelden zelf niet kan zien, is dat ik elk woord ga wikken en wegen en niet per ongeluk vertaalfouten maak omdat ik voetstoots aanneem dat ik weet wat de auteur voor ogen heeft. Je zou haast kunnen zeggen dat ik hierdoor zorgvuldiger te werk ga. Het nadeel is dat het vertalen wat langzamer gaat en dat ik soms hulplijnen nodig heb.

Maar het is me toch gelukt om het boek te vertalen, en ik ben best trots op het eindresultaat! Ik hoop dan ook dat het boek heel wat lezers zal bereiken!’

Lees en beluister hier enkele fragmenten uit de meeslepende roman De poort naar de Nieuwe Wereld – Dromen. Voor je het weet, wil je zelf naar Hamburg!

De persvoorstelling van De poort naar de Nieuwe Wereld – Dromen vindt plaats op zaterdag 3 oktober 2026 in het Antwerpse Red Star Line Museum. Lees het persbericht.

Lees het nawoord dat Joëlle schreef bij haar vertaling van deze historische roman.

Bekijk hieronder de trailer die Joëlle voor dit boek maakte. Ze leest fragmenten voor en geeft een inkijkje in haar wereld als blinde boekvertaler.

Kijk en luister naar de proloog van Dromen en laat je meevoeren door dit spannende verhaal. Ingelezen en gemonteerd door actrice Katrijne Merrigan.