De kwellingen van de jonge Werther
Johann Wolfgang von Goethe – 2024 | Vertaald door Joëlle Feijen en Eva Gijsen
Over het boek
Die Leiden des jungen Werther – vaak vertaald als Het lijden van de jonge Werther, maar door Joëlle en Eva als De kwellingen van de jonge Werther – behoort tot de bekendste werken uit de Duitse literatuur. Het is een roman die al meer dan 250 jaar lezers fascineert en ontroert. Wie Werther vandaag leest, ziet een 18de-eeuwse wereld vol standenverschillen, religieuze conventies en maatschappelijke regels voor zich, maar herkent ook iets tijdloos: het verlangen om intens te leven, lief te hebben en ergens bij te horen, en het gevoel dat de wereld je daarin voortdurend dwarsboomt.
Johann Wolfgang von Goethe, een van de belangrijkste Duitse schrijvers, dichters en denkers van de 18de eeuw, werd geboren in Frankfurt am Main in 1749. Tijdens zijn verblijf in Wetzlar in 1772, waar hij stage liep bij het Reichskammergericht, leerde hij Johann Christian Kestner en diens verloofde Charlotte Buff kennen. Goethe raakte bevriend met het paar en vatte gevoelens op voor Charlotte, die uiteraard al aan Kestner was beloofd. Niet veel later werd hij verliefd op Maximiliane Laroche, maar ook zij was niet voor hem bestemd. Daarnaast werd Goethe diep geraakt door de zelfmoord van de jonge jurist C.W. Jerusalem, die hij in Wetzlar had leren kennen. Deze ervaringen leverden het materiaal voor Die Leiden des jungen Werthers, de grotendeels fictieve briefroman die Goethe in 1774 schreef. Daarin schrijft de jonge Werther brieven aan zijn vriend Wilhelm, waarin hij vertelt over zijn leven, zijn liefde voor de onbereikbare Lotte en zijn groeiende gevoel nergens werkelijk thuis te horen. De roman sloeg in als een bom en maakte de jonge Goethe op slag beroemd.
Werther is veel meer dan een liefdesverhaal alleen. De roman is een van de belangrijkste literaire uitingen van de Sturm und Drang-beweging, waarin expressie en hartstocht centraal staan. Werther verzet zich tegen sociale ongelijkheid, voelt een diepe verbondenheid met de natuur en verlangt naar kinderlijke onbevangenheid. Tegelijkertijd wordt hij steeds verder meegesleurd door zijn gevoelens voor Lotte, die met Albert verloofd is. Uiteindelijk ziet hij geen andere uitweg meer dan een einde aan zijn leven te maken.
De roman kende een roerige receptiegeschiedenis. Er wordt beweerd dat de verschijning van het boek in Duitsland een heus ‘Werther-effect’ teweegbracht: talloze (voornamelijk jonge) lezers waren zo diep geraakt door Werthers lot, lieten zich er zo door meeslepen dat ze zich gingen kleden zoals hij – in een blauwe rokjas, een geel vest en dito broek – en soms zelfs zijn voorbeeld volgden en zelfmoord pleegden. Hoe groot de invloed van Werther precies was, valt moeilijk aan te tonen, maar het lijdt geen twijfel dat het boek diepe sporen naliet in de Europese cultuurgeschiedenis.
En dan is er natuurlijk nog de taal. Het is vrijwel onmogelijk om de stilistische rijkdom van Goethes Werther in een notendop te vatten. De roman beweegt voortdurend tussen hartstochtelijke uitbarstingen en verstilde observaties, tussen natuurbeelden, religieuze taal en filosofische bespiegelingen. Werther schrijft over liefde, dood, geluk en wanhoop met een intensiteit die soms bijna mystiek aandoet. Zijn taal is persoonlijk, maar ook doordrongen van literaire verwijzingen naar andere teksten, zoals de Bijbel, klassieke auteurs en de Songs of Ossian van Macpherson.
De kwellingen van de jonge Werther is een roman van alle tijden. Dat wil de nieuwe Nederlandse vertaling van Joëlle en Eva laten zien. Ze wil de lezer zelf laten ervaren hoe actueel dit werk, meer dan 250 jaar na verschijning, nog steeds is. Worden we immers niet allemaal weleens gekweld door Werthers liefdesverdriet, weemoed en maatschappelijk onbehagen?
Uitgegeven bij Borgerhoff & Lamberigts

Joëlles vertaalverhaal
‘Wat zou Goethe hebben gezegd als hij had geweten dat twee jonge vrouwen in 2024 zijn Werther naar het Nederlands zouden vertalen? Hoogstwaarschijnlijk zou hij er sceptisch tegenover hebben gestaan. Of misschien zou hij zelfs ronduit misnoegd zijn geweest. Literatuur was in zijn tijd immers eerder een mannelijke aangelegenheid; vrouwen konden in de meeste gevallen alleen onder een pseudoniem schrijven. Maar Goethe had ook de reputatie van een rokkenjager. Misschien zou hij zich dus ook wel in de handen hebben gewreven als hij had geweten dat twee vrouwen zich over zijn tekst zouden ontfermen. We zullen het nooit met zekerheid kunnen zeggen. Maar één ding staat vast: toen Borgerhoff & Lamberigts me in het voorjaar van 2024 benaderde met de vraag of ik Goethes Werther wilde hervertalen, voelde ik aanvankelijk vooral schroom. Want hoe zou ik als vertaler ooit recht kunnen doen aan deze klassieker en aan alle vertalers die me waren voorgegaan?
Ik herinnerde me het boek nog uit mijn studietijd. Ik vond het toen moeilijk en bevreemdend, al liet Werthers lot me ook toen al niet onberoerd. De lange zinnen, het overdreven sentimentele taalgebruik, de verwijzingen naar God – voor de eerstejaarsstudente die ik toen was, was het een ver-van-mijn-bedshow. Dat ik de roman ooit nog eens zou mogen hervertalen, had ik toen nooit kunnen vermoeden.
Ik besloot de klus aan te nemen, maar niet in mijn eentje. En zo kwam Eva Gijsen, een beginnende vertaalster en collega van de KU Leuven, mee aan boord, samen met haar mentor Henri Bloemen. Annelies de Hertogh werd de redacteur van het project.

Eva en ik verdeelden de tekst: zij vertaalde het eerste deel, ik het tweede. Daarna lazen we elkaars tekst door, wezen we elkaar op foutjes, deden we suggesties, stipten we anachronismen aan en verwerkten we de commentaar van Henri en Annelies. De kwellingen van de jonge Werther werd zo het resultaat van een intense samenwerking, van teamwork – en voor mij was dat teamwork met een gouden randje. Want dankzij dit vertaalproject kreeg ik later van uitgever Sam de Graeve een contract voor mijn debuutroman Spiegelzussen aangeboden. Daar zou Goethe vast van hebben opgekeken!
[Lieven, hier kun je misschien een foto invoegen van Werther in zijn kleding, zie powerpoint, om de tekst wat te breken. De tekst loopt hieronder nog verder tot net voor de titel ‘uit het boek’. Deze keer is mijn vertaalverhaal dus opgesplitst in kleinere stukjes omdat er foto’s in moeten]
Maar wat was er nu zo bijzonder aan deze vertaling? Wat maakte de vertaling zo uniek?
Het antwoord ligt voor de hand: het vertalen van een klassieker vergt een heel andere aanpak dan het vertalen van hedendaagse literatuur. Wie een klassieker vertaalt, vertrekt immers nooit van een “onbeschreven blad”, maar schrijft zich in in een hele vertaalgeschiedenis, een vertaaltraditie. Met andere woorden: als vertaler moet je rekening houden met de vertalingen die aan de jouwe zijn voorafgegaan én met de manier waarop het boek in de loop der tijd werd gelezen en geïnterpreteerd.
In het geval van Werther betekende dit dat we een blik moesten werpen op de reeds bestaande Nederlandse vertalingen, met name op de meest recente uit de jaren zeventig – die van Jan Hugo Verhaert uit 1972 en die van Thérèse Cornips uit 1975. Daarnaast moesten we ons verdiepen in de secundaire literatuur over Werther en de betekenis van oudere woorden in het Goethe-woordenboek opzoeken. Er stonden dus steeds heel wat tabbladen tegelijk open.
Algauw rees de vraag hoe we ons ten opzichte van onze voorgangers wilden verhouden. Hoewel we de roman van A tot Z opnieuw vertaalden en dus niet zomaar vertaaloplossingen kopieerden, konden we er niet omheen dat onze keuzes soms dicht bij die van Verhaert en Cornips lagen, omdat er nu eenmaal maar een beperkt aantal vertaalmogelijkheden zijn. Toch was onze vertaling heel anders dan de vorige. Terwijl Cornips heel letterlijk vertaalde, waardoor het Duits soms door het Nederlands heen schemerde, en Verhaert zich heel wat vrijheden veroorloofde en hierdoor meer een bewerking maakte, probeerden wij zo dicht mogelijk bij de strekking van het origineel te blijven zonder daarbij in archaïsmen te vervallen. We kozen dus voor een modernisering van het Nederlands.
Een mooi voorbeeld hiervan is het citaat uit The Songs of Ossian dat Werther voor Lotte voorlas. The Songs of Ossian is een epos van de Schotse dichter James Macpherson uit de jaren 1760 dat in Goethes tijd in heel Europa enorm populair was. Ook Goethe zelf moet het hebben gelezen, waarna hij het naar het Duits vertaalde – een vertaling die hij Werther vervolgens liet voordragen. In mijn vertaling van dit stuk probeerde ik zowel aan Goethe als aan Macpherson trouw te blijven. Ik maakte de tekst net zo ritmisch als het origineel van Macpherson, maar bewaarde ook de stem van Goethe.
Maar toen ik een blik wierp op vorige vertalingen, merkte ik dat niet alle vertalers deze aanpak hadden gekozen en dat sommige wel erg vrij te werk waren gegaan. Zo had Jan Hugo Verhaert de namen van de personages veranderd in die van Elvis en The Beatles:
“Ik zie mijn vroegere vrienden. Ze komen allen samen te Altone zoals in de grote dagen, die voorbij zijn! Elvis komt als een vochtige nevelzuil; om hem heen zijn helden, en zie, de barden van het lied: De grijze George! Paul! Ringo, lieflijke zanger! En jij, zacht klagende Joan!”
Hoewel Verhaert ongetwijfeld zijn redenen had voor deze aanpassingen, was er geen haar op mijn hoofd dat eraan dacht om de Ossian-personages te vernoemen naar de leden van pakweg U2 of Coldplay. Ik heb de oorspronkelijke namen van Macpherson overgenomen en alleen het Nederlands gemoderniseerd.

Hoeveel mag en moet je als vertaler meeleven met je personage(s)? Dat was nog zo’n vraag waar ik tijdens deze vertaling mee werd geconfronteerd. Omdat ik het tweede deel van de roman voor mijn rekening nam – het deel waarin Werthers wanhoop groeit en zijn verlangen naar de dood expliciet wordt – moest ik maandenlang brieven vol donkere gedachten vertalen. Brieven waaraan je voelt dat Werther steeds meer afglijdt naar een toestand van koortsachtige vertwijfeling. Brieven waarin de dood centraal staat. Afscheidsbrieven voor Lotte en Wilhelm. En dan helemaal op het eind de scène waarin Werther sterft, en de voor ons vreemd aandoende passage waarin Lottes broers en zussen de stervende Werther omhelzen – kinderen werden toen kennelijk nog niet bij de dood vandaan gehouden. En het slot waaruit blijkt dat Werther géén christelijke begrafenis kreeg – een priester was er niet bij – omdat zelfdoding in zijn tijd een zonde was.
Beslist geen vrolijke materie dus. En toch moet je als vertaler maandenlang aan je tekst werken. En dat betekent dat je ook maandenlang in het hoofd van je personage zit. Je voelt en doorvoelt elke gedachte, elke emotie.
En dat kan heel beklemmend zijn. Toen ik aan de Werther-vertaling werkte, zei mijn man geregeld dat hij me zo somber vond. En toen Werther de trekker overhaalde, voelde het alsof ikzelf omver werd geblazen – ik kende de afloop van het verhaal natuurlijk wel, maar toch greep het me aan alsof het mezelf betrof.
Iemand adviseerde me zelfs een keer om een therapeut op te zoeken. En hoewel ik dat niet deed, vond ik het geen slecht advies. Want Werthers verhaal is vandaag nog steeds even beklijvend als in de tijd waarin het verscheen. Dat blijkt ook uit de bekende disclaimer die Borgerhoff & Lamberigts in onze vertaling opnam.

Maar er waren ook fijne momenten. Kleine aha-erlebnissen. Mooie vertaalinzichten. Momenten van vertalersgeluk. Zoals die keer toen ik uren zat te broeden op een brief waarin Werther ’s nachts tijdens een storm naar buiten liep en zag welke ravage er was aangericht. De storm had zo lelijk huisgehouden dat zijn geliefde dal van Wahlheim blank stond, en dat maakte hem zo wanhopig dat hij verzuchtte: “Ach, mit offnen Armen stand ich gegen den Abgrund und atmete hinab! hinab!” Hier staat hij boven aan een afgrond en kijkt hij vol verlangen naar beneden. In het Duits wordt hier het werkwoord atmen (ademhalen) gebruikt, in combinatie met hinab! (naar beneden). Maar “naar beneden ademen” zeggen we natuurlijk niet, dat is geen idiomatisch Nederlands. Na lang wikken en wegen schoot de oplossing me te binnen: “Ach, met uitgestrekte armen stond ik tegenover de afgrond, snakkend naar de diepte daar beneden, daar beneden!”
Zulke vertaalvondsten maken het vertaalproces de moeite waard. Ze zijn bijna troostrijk. Ze doen je beseffen dat taal de enige, ja de beste therapie is die je je wensen kunt.’
Uit het boek
Lees of beluister hier enkele fragmenten uit De kwellingen van de jonge Werther.
Beluister onderstaand fragment
Ingesproken door Katrijne Merrigan
Lieve Wilhelm, ik verkeer in een toestand die alle ongelukkige zielen moeten hebben gekend van wie werd aangenomen dat ze door een boze geest werden opgejaagd. Soms overvalt het me; het is geen angst, geen begeerte – het is een onbekend geraas in mijn
binnenste, dat mijn borstkas dreigt open te rijten en mijn keel dichtknijpt! O wee! O wee! En dan dwaal ik rond in de vreselijke nachtelijke taferelen van dit gure jaargetijde.
Gisteravond moest ik naar buiten. Het was plotseling gaan dooien, ik had gehoord dat de rivier buiten haar oevers was getreden, dat de beken gezwollen waren en dat mijn geliefde dal van Wahlheim blank stond! Kort voor middernacht rende ik het huis uit.
Wat was het een verschrikkelijk schouwspel, die kolkende watermassa in het maanlicht, die zich vanaf de rotsen de diepte in stortte, over velden en weilanden en heggen en nog veel meer, en dat weidse, door de wind geteisterde dal, dat over de hele lengte in een stormachtig meer was veranderd! En toen de maan weer boven het donkere wolkendek
verscheen en de watermassa in haar angstaanjagend mooie schijnsel tolde en raasde, ging er een huivering door me heen, en ook weer een verlangen!
Ach, met uitgestrekte armen stond ik tegenover de afgrond, snakkend naar de diepte daar beneden, daar beneden! En ik verloor mezelf in de gelukzalige gedachte om mijn kwellingen, mijn leed de diepte in te storten! Om weg te razen als de golven! Ach, en toch was je niet in staat om je voet op te tillen en zo een einde te maken aan al je pijn! Mijn tijd is nog niet gekomen, dat voel ik! O, Wilhelm, wat had ik er graag mijn mens-zijn voor gegeven om met die stormwind de wolken te doorklieven en de watermassa op te zwepen! Ha, maar misschien zal dit geluk de gekerkerde ziel ooit nog ten deel vallen?
Wat keek ik met weemoed neer op het plekje onder de wilg waar ik tijdens een wandeling op een warme zomerdag met Lotte had uitgerust – ook daar stond alles onder water, Wilhelm, en ik herkende de wilg nauwelijks! En haar weilanden, dacht ik, het land rond haar jachthuis! Wat zal ons prieel geleden hebben onder deze nietsontziende stroom, dacht ik.
En heel even ving ik een glimp op van een zonnestraal uit het verleden, zoals bij een gevangene die droomt van kudden en weilanden en erepostjes. Daar stond ik dan! Ik maak mezelf geen verwijten, want ik heb de moed om te sterven. Had ik maar… Nu zit ik hier, als een oud vrouwtje dat langs schuttingen hout sprokkelt en van deur tot deur om brood bedelt, om zo haar wegkwijnende, vreugdeloze bestaan nog even te verlengen en te verlichten.
Beluister onderstaand fragment
Ingesproken door Katrijne Merrigan
Alles is zo stil om me heen, en ik ben zo kalm vanbinnen. Ik dank je, God, omdat je mij in deze laatste ogenblikken zoveel warmte en kracht schenkt.
Ik ga bij het raam staan, mijn liefste, en zie, zie tussen de stormachtige, voortijlende wolken hier en daar nog een ster aan de eeuwige hemel! Nee, jullie zullen niet vallen! De Oneindige draagt jullie in Zijn hart, en mij ook. Ik zie de steelpan van de Grote Beer, het mooiste van alle sterrenbeelden. Als ik ’s avonds bij je wegging, je poort uit liep, stond hij pal tegenover me. Wat heb ik vaak dronken van vreugde naar hem gekeken! Hem met opgeheven handen uitgeroepen tot het symbool, de heilige gedenksteen van het geluk dat ik toen voelde! En nog steeds voel… O, Lotte, word ik niet omringd door dingen die me aan jou doen denken? En heb ik niet als een inhalig kind allerlei kleinigheden weggegrist die door jouw heilige handen waren aangeraakt?
Mijn mooie profieltekening! Die laat ik jou na, Lotte, en ik vraag je om ze in ere te houden. Duizenden en nog eens duizenden keren heb ik ze gekust, duizenden keren heb ik ze toegewuifd als ik uitging of thuiskwam.
Ik heb je vader in een briefje gevraagd om zich over mijn lichaam te ontfermen. Op het kerkhof staan twee lindebomen, achter in de hoek, meer naar het veld toe; daar wil ik rusten. Hij kan en zal dat voor zijn vriend doen. Vraag jij het hem ook. Ik kan niet van vrome christenen verlangen dat ze hun lichaam naast dat van een arme stakker als ik laten begraven. Ach, ik zou willen dat jullie me langs de weg begroeven, of in een eenzaam dal, zodat de priester en de leviet een kruisteken konden slaan als ze langs mijn steen liepen en de samaritaan een traan kon wegpinken.
Hier, Lotte! Ik deins er niet voor terug om de koude, vreeswekkende beker vast te pakken waaruit ik de roes van de dood zal drinken! Jij gaf hem aan mij en ik aarzel niet. En zo zijn alle, werkelijk alle wensen en verwachtingen van mijn leven vervuld! Met een kille, verstijfde hand klop ik aan bij de ijzeren poort van de dood.
Had ik maar het geluk om voor jóú te sterven, Lotte! Om voor jóú mijn leven te geven! Ik zou moedig, ja verheugd sterven als ik jou je rust en levensgeluk terug kon geven. Maar ach! Het is maar weinig nobele zielen gegund om hun bloed te vergieten voor hun dierbaren en hun vrienden door hun dood een nieuw, honderd keer rijker leven te geven.
In deze kleren, Lotte, wil ik begraven worden, jij hebt ze aangeraakt, heilig gemaakt; ik heb dit ook aan je vader gevraagd. Mijn geest zweeft boven de kist. Ik wil niet dat ze mijn zakken doorzoeken. Het lichtrode lint dat je om je boezem droeg toen ik je voor het eerst ontmoette, omringd door je broertjes en zusjes… O, geef ze duizend kussen en vertel ze het noodlottige verhaal van hun arme vriend. De schatten, ik zie ze om me heen! Ach, zoals ik me aan je vastklampte! Je vanaf het eerste moment niet meer los kon laten! Dit lint moet samen met mij begraven worden. Je gaf het me op mijn verjaardag! En wat nam ik het gretig aan! Ach, ik had nooit kunnen bevroeden dat mijn weg me hierheen zou voeren!
Wees kalm! Ik smeek je, wees kalm! Ze zijn geladen… De klok slaat middernacht. Het zij zo! Lotte! Lotte, vaarwel! Vaarwel!
Beluister onderstaand fragment
Ingesproken door Katrijne Merrigan
Over Alberts ontzetting, over Lottes verdriet zal ik maar zwijgen. De oude gouverneur had het nieuws gehoord en was in galop komen aanrijden, hij huilde hete tranen terwijl hij de stervende kuste. Zijn oudste zonen kwamen hem te voet achterna; met een gezicht vol tomeloos verdriet vielen ze naast het bed op hun knieën neer, ze kusten Werthers handen en mond, en de oudste, op wie Werther altijd het meest gesteld was geweest, wilde niet van zijn zijde wijken, tot Werther zijn laatste adem uitblies en de knaap met geweld bij hem vandaan werd gesleurd. Hij stierf om twaalf uur ’s middags. De aanwezigheid van de gouverneur en de maatregelen die hij trof voorkwamen dat er een oploop ontstond. ’s Avonds rond elven liet hij Werther begraven op de plek die hij voor zichzelf had uitgekozen. De oude heer volgde het lichaam samen met zijn zonen, Albert was er niet toe in staat. Er werd gevreesd voor Lottes leven. Ambachtslieden droegen hem. Een priester was er niet bij.
Rond het boek
De kwellingen van de jonge Werther verscheen in november 2024, precies 250 jaar na de verschijning van het Duitse origineel. En dat is niet onopgemerkt gebleven…
Literatuur Vlaanderen interviewde iedereen die bij de vertaling betrokken was – vertaalsters Eva Gijsen en Joëlle Feijen, redacteur Annelies de Hertogh, mentor Henri Bloemen en uitgever Sam de Graeve. Het interview met als titel ‘Een nieuwe stem voor Goethes Werther’ werd online gepubliceerd op de site van Literatuur Vlaanderen.
Omdat beide vertaalsters uit Belgisch-Limburg afkomstig zijn, verscheen er in de krant Het Belang van Limburg een artikel getiteld ‘Limburgse dames vertalen “zware” klassieker van Goethe’.
Christophe Vekeman las de nieuwe vertaling van Goethes meesterwerk en besprak die in Pompidou op Klara.
In State of the Arts (KU Leuven) verscheen er een artikel getiteld ‘De kwellingen van de jonge Werther en van zijn vertalers’, een interview waarin beide vertaalsters concrete vertaalkeuzes toelichten en de vertaling van de titel bespreken.
Ook in Nederland kreeg de vertaling heel wat aandacht. Ton Naaijkens, vertaler uit het Duits en emeritus hoogleraar aan de Universiteit van Utrecht, schreef een mooie recensie voor Filter. Tijdschrift over vertalen.
Verder werd De kwellingen van de jonge Werther opgepikt door de podcast De nieuwe contrabas en door Athenaeum Boekhandel, die de vertaalsters vroeg om de vertaling van de eerste zin in een kort stukje te duiden.
De nieuwe vertaling vormde ook de aanleiding voor een reeks lezingen. Op 12 december 2024 gaven Eva Gijsen en Joëlle Feijen het startschot met hun boekvoorstelling ‘Werther 2.0: over de “kwellingen” van het hervertalen van een klassieker’.



Daarna volgden er lezingen voor onder meer de Universiteit van Antwerpen en dasKULTURforum (Vertalersgeheimen. Over de nieuwe hervertaling van Goethes ‘Werther’) . Een verslag van deze lezing vind je op Joëlles pagina bij Auteurslezingen.be.
Wil je ook een lezing over deze nieuwe Nederlandse Werther-vertaling organiseren? Neem dan snel een kijkje in Joëlles lezingenaanbod of stuur haar een mail.
Leestip
Lees hier de verantwoording die Eva Gijsen en Joëlle Feijen bij hun vertaling schreven.